Cleo Bakker en Bram Koning werken allebei voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Cleo in de rol van beleidsmedewerker voor de PAGW, waarbij ze werkt aan meer samenhang en zichtbaarheid tussen de maatregelen die het Rijk voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) uitvoert. Bram in de rol van beleidsmedewerker voor de KRW, waarbij hij de totstandkoming van de 4e stroomgebiedbeheerplannen (SGBP’s) 2028-2033 coördineert.

De wettelijke doelstelling van de KRW bepaalt dat al het oppervlaktewater in EU-lidstaten uiterlijk in 2027 gezond, schoon en ecologisch in orde moet zijn.

Door de aanleg van dijken en dammen is Nederland veilig en welvarend geworden. De noodzakelijke ingrepen hebben helaas wel gevolgen gehad voor de waterkwaliteit. Dit komt doordat water niet meer overal vrij kan stromen en leefgebieden voor waterplanten en -dieren ingeperkt zijn. Zowel vanuit de SGBP’s als de PAGW wordt gewerkt aan het herstel van biodiversiteit en schoon water. Onder andere door het herstellen van verbindingen, bijvoorbeeld door aanleg van nevengeulen en vispassages. Of door het vergroten én verbeteren van leefgebieden, bijvoorbeeld door aanleg van natuurvriendelijke oevers of geleidelijke land-waterovergangen. Maar hoe hangen de deze beide programma’s precies samen? We gaan met Cleo en Bram in gesprek.

KRW-maatregelen voor schoon en gezond water

Bram trapt het interview enthousiast af: “Schoon en gezond water staat voorop, dat is ons doel. We hebben dit nodig voor drinkwater, natuur en landbouw. Daarbij zijn richtlijnen nodig om het water te beschermen en te verbeteren. Dit is binnen de EU vastgesteld en alle EU-lidstaten werken hieraan mee. De richtlijnen helpen ons dus om ons doel te bereiken en internationale afspraken zijn ook hard nodig, omdat we als landen in een stroomgebied afhankelijk zijn van elkaar. Water kent geen landsgrenzen. Met de deadline van 2027 voor de KRW in zicht, komt er ook veel nadruk te liggen op de juridische aspecten, maar we mogen niet vergeten dat we dit in de eerste plaats voor onszelf doen.” 

“Enerzijds maken we afspraken in de EU over de waterkwaliteit op het gebied van stoffen (maximale concentraties die mogen voorkomen in het water), anderzijds over de inrichting van de wateren”, vervolgt Bram. “Voor wat betreft dit laatste: door menselijke ingrepen is ons watersysteem de afgelopen eeuwen behoorlijk veranderd. Helaas heeft dit impact gehad op het milieu. Deze ingrepen waren nodig voor het verbeteren van waterveiligheid en scheepsvaart. In de KRW maken we ook afspraken hoe we het systeem weer zo natuurlijk mogelijk kunnen maken, bijvoorbeeld door verbindingen te herstellen én harde structuren weer zacht maken. Sinds 2010 bestaat er een KRW-verbeterprogramma voor de rijkswateren. Elke zes jaar actualiseren we de stroomgebiedsbeheerplannen waarin de maatregelen staan om de KRW doelen te halen. Dit rapporteren we aan de EU zodat de voortgang gemonitord kan worden.”

Samenhang KRW en PAGW en versterking tussen de programma’s

“Hier kan Cleo veel over vertellen”, zegt Bram. “De maatregelen onder de stroomgebiedbeheerplannen voor de KRW en PAGW liggen in elkaars verlengde”, vertelt Cleo. “De KRW (2000) bestond al toen PAGW in het leven werd geroepen en de KRW-maatregelen focussen zich primair op de periode 2010 tot en met 2027 wanneer de doelen uiterlijk bereikt moesten zijn (1e t/m 3e stroomgebiedbeheerplannen).

De PAGW is ontstaan in 2018 als programma voor de langere termijn met een looptijd tot 2050. Met de PAGW streven we ernaar het gehele systeem van de Rijkswateren op orde te brengen, voor een goede waterkwaliteit én robuust doelbereik voor verschillende Europese richtlijnen, waaronder de KRW”, legt Cleo uit.

“Het KRW programma realiseert veelal specifieke maatregelen per waterlichaam (rivier of meer) op relatief korte termijn. Deze maatregelen willen we koppelen aan de langere termijn doelstelling en maatregelen voor de grote wateren als geheel vanuit de PAGW. Zo kun je urgente korte termijnmaatregelen en langetermijnvisie met elkaar verbinden. Deze samenwerking is vorig jaar begonnen”, zegt Cleo. “Met de voorbereidingen op de 4e stroomgebiedbeheerplannen 2028-2033 zijn we aan het bepalen wat voor de periode na 2027 nodig is. Daarbij sluiten we aan op wat al vanuit de PAGW in beeld is.” voegt Bram toe.

Stroomgebiedbeheerplannen koppelen aan KRW en PAGW

Cleo: “Op dit moment zijn we volop bezig om de puzzel te leggen voor het vervolg van beide programma’s. Om het nog ingewikkelder te maken: met de 4e stroomgebiedbeheerplannen richten we ons primair op de periode van 2028 tot 2033. We kijken per groot water wat nodig is om de huidige KRW doelstelling te halen, in aanvulling op de al genomen maatregelen t/m 2027. Daarbij nemen we ook mee welke relevante maatregelen al vanuit de huidige PAGW-projecten genomen worden in de periode t/m 2033 (tranches 1 t/m 3). Met de PAGW zijn we ons juist aan het richten op het vervolg voor de periode na 2033. Daarmee hebben beide programma’s dus verschillende tijdshorizonnen die in elkaars verlengde liggen.

Zeegras

Bram vult nadenkend aan: “Een voorbeeld van een inhoudelijk thema waar de beide programma’s samen komen is de aanleg van zeegras. Vanuit KRW werken we onder andere aan zeegras in de Waddenzee, omdat dit onderdeel is van de doelstelling voor waterplanten. Voordat de Afsluitdijk aangelegd werd, was daar namelijk ook veel zeegras aanwezig. Dit soort gras zorgt voor het vangen van slib, helder water en een leefgebied voor verschillende dieren. Naast dat het dus hoort bij het doel voor waterplanten, draagt het ook bij aan een betere waterkwaliteit.”

“Het ecosysteem is helaas door ingrepen, zoals de Afsluitdijk en de aanleg van dijken, niet meer het systeem wat het vroeger was. Dat gaat ook niet meer gebeuren, maar we proberen zo veel mogelijk nieuw zeegras te realiseren. Gelukkig hebben we ook hele mooie voorbeelden waar het wél goed gaat met zeegras, in de Griend bijvoorbeeld.” Cleo vult aan: “Het is ook afhankelijk van wat er gebeurt in de Waddenzee. Op bepaalde plekken is bodemberoerende visserij niet toegestaan. Dat zijn dan mooie plekken om zeegras te realiseren. We moeten altijd de link leggen met het gebruik van de Rijkswateren, onder andere met visserij, of recreatie. Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen.”

Vervolg

Eind 2026 moeten het ontwerp inclusief de maatregelen voor de stroomgebiedbeheerplannen 2028-2033 vastgesteld worden en ter inzage komen. Bram: “Daarnaast hebben we onze handen vol aan de uitvoering van het huidige KRW-maatregelenpakket tot en met 2027. Na deze periode moeten we de effecten van de maatregelen goed blijven monitoren om te bepalen waar eventuele verdere aanvullingen of optimalisaties nodig zijn. Dat moeten we ook meenemen in de stroomgebiedbeheerplannen. Deze inzichten zijn ook belangrijk om de inzet op de langere termijn vorm te geven. Anderzijds werken we aan het vervolg van de PAGW voor na 2033. Dat is een proces met een langere doorlooptijd tot 2050”, zegt Bram. Cleo: “De keuzes die we daarin maken zijn ook afhankelijk van de financiële situatie en bredere opgaven in de rijkswateren, zoals voor instandhouding, waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid. Dat kunnen we nu lastig inschatten.”

Uitdagingen voor de komende tijd

Cleo: “We hebben al een aantal uitdagingen en kansen geraakt. Een belangrijke is het nieuwe kabinet en bewindspersonen: wat gaan zij besluiten? En hoe zien zij het vervolg?” De uitdaging nu is om het proces voor de korte termijn en lange termijn goed te laten verlopen en aan elkaar te verbinden. Het zijn leuke uitdagingen om mee aan de slag te gaan”, vindt Cleo.

Bram haakt hierop in en sluit af: “Ik vind het een uitdaging om als programma’s samen goed op te trekken. De sleutel daarbij is om alle kennis en expertise die bij alle collega’s in de verschillende organisaties aanwezig is goed samen te brengen. We zoeken elkaar daarom vaak op. Zo komen ook beleid en uitvoering bij elkaar. Er liggen grote kansen in het watersysteem en het is mooi om daaraan te werken.”

Beeld: © Cleo Bakker

Persoonlijk archief Cleo Bakker