Een nieuwe studie laat zien dat organische reststromen als riet en ander maaisel niet alleen waardevol zijn voor het ecosysteem, maar ook kansen bieden om beheer slimmer en efficiënter in te richten.
Natuurlijke oevers als motor van het voedselweb
De Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) werkt in het IJsselmeergebied aan het vergroten van geleidelijke overgangen tussen land en water. Deze overgangen worden onder andere uitgevoerd in de vorm van achteroevers. Hierbij ontstaan waardevolle leefgebieden, zoals overstromende graslanden, rietmoerassen en ondiepe wateren. Deze gebieden zijn belangrijk als paai- en opgroeigebied voor vissen en als broed- en foerageergebied voor vogels. Daarnaast vervullen ze een belangrijke rol in het voedselweb van de meren.
In natuurlijke oeverzones zorgen afstervende waterplanten en riet voor een constante aanvoer van organisch materiaal naar het meer. Deze voedingsstoffen vormen de basis voor het aquatische ecosysteem en dragen bij aan een gezond en veerkrachtig meer.
Reststromen beter benutten
Bij veel achteroevers en voorlanden ontbreekt een directe verbinding met het Markermeer. Daardoor is de uitwisseling van voedingsstoffen tussen oever en meer beperkt en leveren deze gebieden minder op voor het voedselweb dan mogelijk is. Daar komt bij dat riet regelmatig wordt gemaaid en afgevoerd. Daarmee verdwijnen waardevolle organische stoffen uit het ecosysteem, terwijl ook kosten worden gemaakt voor het afvoeren van het maaisel.
Onderzoek naar een praktisch toepasbare oplossing
Tijdens de voorbereiding van de planuitwerking voor de Noord-Hollandse Markermeerkust ontstond daarom de vraag of maaisel op een slimme manier binnen het systeem kan worden benut. Zo kan het ecosysteem worden versterkt én kunnen beheerkosten mogelijk worden verlaagd.
In opdracht van het projectteam onderzocht OAK Consultants, samen met wetenschappelijke experts en terreinbeheerders, welke mogelijkheden er zijn om organische reststromen uit het vegetatiebeheer in te zetten voor het ecosysteem van het Markermeer. Het doel was een praktisch en uitvoerbaar concept te ontwikkelen dat aansluit bij de gebiedsopgave.
Praktisch uitvoerbaar en kansrijk
De studie begon met een literatuuronderzoek naar de koolstofcyclus, de afbraaksnelheid van organisch materiaal en het belang van reststromen uit het achterland voor het Markermeer. Vervolgens zijn verschillende toepassingsconcepten uitgewerkt en beoordeeld op onder meer hun ecologische meerwaarde, haalbaarheid, sterke en zwakke punten en ruimtelijke inpasbaarheid langs de Noord-Hollandse Markermeerkust.
Het onderzoek resulteerde in een concept dat praktisch uitvoerbaar is, goed inpasbaar in het gebied en qua kosten vergelijkbaar is met de huidige werkwijze waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Daarmee biedt het perspectief om organische reststromen beter te benutten en tegelijkertijd bij te dragen aan een sterker ecosysteem van het Markermeer.
Afgerond onderzoek
Het onderzoek is inmiddels afgerond en via onderstaande button te lezen.

Beeld: © OAK Consultants
Een plaat uit het onderzoek. Lees het onderzoek voor meer duiding.